Over het project Food Value

publiek tijdens lancering Food Value

15 februari, Marieke Karssen

Maak van de keten een groep, een cirkel

Het ontwikkelen van een lokale voedselketen of lokale voedselgroep is al jaren een veelkoppig monster waar velen hun tanden op stukbijten. De belangrijkste ingrediënten voorspellen al weinig goeds: veel kleine net genoeg of te weinig verdienende ondernemers, een zeer gemotiveerde maar kleine en niet al te kapitaalkrachtige consumentengroep en over het geheel een gebrek aan schaal, en expertise of slagkracht op de onderwerpen logistiek en marketing.

Intrinsieke motivatie veroorzaakt beweging

Maar, hoe komt het dan dat de voedselgroepen en initiatieven, zoals nu Food Value, tegelijkertijd ook overal als paddenstoelen uit de grond schieten? Wat maakt dat zoveel mensen de behoefte voelen om hier iets te doen? Dat komt omdat het omgekeerde ook waar is: het dominante, mechanische, overbemestende, met gif werkende en massale hoog-efficiënte voedselsysteem heeft en veroorzaakt zo veel problemen, dat steeds meer mensen overtuigd raken dat dit niet langer kan. Het is een beweging van binnen uit: mensen die, zo leert ons onderzoek bij de totstandkoming van online marktplaats Food Value, actief zijn in de lokale voedselsector, zijn vanuit hun hart gemotiveerd om dit werk te doen. Ze kunnen als het ware niet anders meer. Ik zelf ben geen uitzondering.

Wat maakt deze poging uniek?

Ik liep misschien al wel 15 jaar met het idee rond, maar zeker twee jaar concreet: er moet toch een systeem zijn waar de boer meer aan het stuur zit? Er moet toch een manier komen om voedsel meer waarde te geven? En weer later, hoe creëer je schaal zonder grootschalig te moeten boeren? Want ecologisch boeren is automatisch kleinschalig boeren met niet meer één grote oogst voor één grote klant, maar polyculturen met meerdere oogstmomenten en vaak ook voor meerdere klanten. En dat is lastig, maar ook gezond. Economisch spreid je de risico’s en ecologisch zorg je voor meer balans in het systeem, meer biodiversiteit en minder pestgevoeligheid.

En dus bedacht ik Food Value, een makkelijk te bedienen winkel vol winkeltjes waar de boeren als eerste de prijs neerzetten, waar transport per groep is geregeld, waar verschillende soorten klanten in mee kunnen doen en waarin iedereen ook kan communiceren. En daarna bedacht ik ook om samen met Stichting Ortus, Stichting van Akker naar Bos, Gemeente Arnhem en Hogeschool Van Hall Larenstein een subsidie aan te vragen om die tool met echte boeren, voedselverwerkers, transporteurs en professionele eindafnemers te testen. De subsidieaanvraag werd positief beoordeeld en toen kon het project Food Value van start. Hieronder vind je een compact verslag van proces, opleveringen en bevindingen.

Inhoudsopgave

  1. Het proces
  2. Het product
  3. Het onderzoek
  4. De lancering
  5. Na het project

Of download (80mb) het hele onderzoeksverslag van Simonis Sustainable, Muriel Simonis

1. De grote lijn van het proces

Schaal en waarde

Toen ik twee jaar geleden met het idee van Food Value begon had ik twee parameters van deze uitdaging in mijn hoofd al uitgewerkt.

  1. Boeren moeten veel meer aan de knoppen van de prijsvorming zitten en als primaire bewoners in de online marktplaats actief zijn. Pas als boeren weer fatsoenlijke inkomens krijgen zal de leefbaarheid van het platteland en de aantrekkelijkheid van het vak kunnen toenemen.
  2. Primaire boerderijproducten worden in de economie van onze wereld pas wat waard als je ze verder bewerkt: een taart is veel meer waard dan de appels, brood meer dan het graan etc.

Ik wilde daarom een marktplaatssysteem ontwikkelen met vier gelijkwaardige rollen: de boer, de verrijker/verwerker, de transporteur en de eindklant, waarbij het mogelijk was dat deelnemers meerdere rollen hebben: boer en verrijker bijvoorbeeld of verrijker en eindklant. Een systeem dus van gelijkwaardige partners en niet een systeem waar de winkel de bepalende speler is. In andere woorden: ontwikkel een markt(plaats) die meer werkt als een cirkel dan als een n hiërarchische keten.

De kick off op 11 september

Vertrouwen blijkt al heel snel dé sleutel

Een groep van 19 echte boeren/producenten, logistieke partners, verwerkers en professionele eindklanten uit de regio rond Arnhem kreeg de  eerste, geheel door mij en het ontwikkelteam bedachte marktplaats rond 11 september ter test aangeboden. Deze mensen kenden elkaar deels wel, deels niet, en waren natuurlijk ook de eerste medemensen aan wie ik dit idee ging uitleggen. Het idee van een voedselgroep in plaats van een keten.

En wat bleek, er leefde best wel wat verwarring. Van wie is die tool eigenlijk? Aan wie geven we onze tijd? Wie is de baas? Wie regelt de logistiek? En wie werkt met wie samen?  En straks, hoe komt het er dan uit te zien?

Gedurende en na deze bijeenkomst kon ik de groep uitleggen dat de tool zelf van The Plant is (en later een eigen rechtsvorm), maar dat de Arnhemse groep een eigen groep ging vormen, die er helemaal op zijn Arnhems uit kan zien en waar het woord Food Value niet eens in hoefde te zitten. Het kan ook Lokaal in Arnhem heten. En, de data; de producten, maar ook het sociale kapitaal dat je op zo’n marktplaats opbouwt, is helemaal van de deelnemer zelf. Dit product is deels met belastinggeld ontwikkeld, bovendien gebaseerd op Open Source software. Als je als boer of winkel of consument meedoet, dan is jouw data van jou.

Dat zorgde voor heel wat opgeluchte deelnemers die vervolgens gelijk wilden doorpakken. Hoe vorm je dan een groep? Wat is daarbij belangrijk? Hoe wil je de logistiek precies? Marktplaats-software is belangrijk, maar een succesvolle groep doet meer dingen goed. Die heeft ook een goed logistiek systeem bedacht, een actieve moderator of community manager en een goede balans tussen aanbod(soorten) en vraag. Dus niet teveel zuivelboeren als er te weinig klanten zijn. Of samenwerken om samen meer schaal te maken.

We besloten op die kick off dat we niet alleen het product zouden doorontwikkelen samen, maar ook verder wilden nadenken over het groepsvormingsproces. Hier werd een aparte test aan gewijd die wordt besproken in het onderzoeksgedeelte.

2. Het product

De administratie- en de communicatielaag

Webshops kent iedereen. Het bijzondere van de webshoplaag van Food Value is dat hij zich richting de boer, de aanbieder van producten toont als een persoonlijk dashboard waar hij of zij zelf 100% controle over heeft en precies kan zien wat er bij hem of haar is besteld. De boer kan er zijn producten zelf maken en beprijzen, en precies zien wie wat en wanneer heeft besteld. Ook voor de boekhouder is alles automatisch uit te draaien.

marktplaats met winkelmand vol producten van verschillende boeren

Voor de klant ziet de verzameling boerenwinkels er uit als één winkel waar hij of zij naar wens uit kan bestellen en waar alles uit verschillende winkels tot één bestelling leidt.

De boeren brengen hun producten zelf naar het verzamelpunt of één van de groepsdeelnemers neemt die rol op zich. De logistieke partner sorteert de bestellingen en distribueert ze in de stad.

Alle verrekeningen en betalingen vinden automatisch plaats via Ideal en incasso.

Maar, zelfs dat wordt vaker vertoond en is nog niet super uniek. Food Value wil mensen uitnodigen om constant te blijven werken als een groep en niet primair als een klant-verkoper verhouding, dus vandaar dat het product ook zwaar inzet op communicatie: van klant met boer en binnen subgroepjes.
Lees meer over het product op Over de tool Food Value

contact met verkoper
Als een boer/verkoper online is kun je chatten. Als hij offline is kun je een bericht sturen.
Discussier met een klein groepje
In dit voorbeeld discussieert een restaurant met zijn leveranciers.

3. Het onderzoek

De gebruikerstesten die over de tool gingen

We hebben de groep drie online enquêtes laten invullen die over de tool Food Value gingen. Een nulmeting, voorafgaand aan het project, een test ‘kopen en verkopen’ rondom de eerste webshoplaag die live ging in september en een test ‘kopen en verkopen ‘. In deze laatste test waren de testresultaten van de eerste test verwerkt, maar werd ook de communicatielaag aan Food Value toegevoegd.

Deze tests hebben ons een schat aan waardevolle informatie gegeven. De 19 deelnemers bestonden uit de volgende groepen:

  1. Boeren/producenten (de helft van de groep)
  2. Verrijkers
  3. Transporteurs
  4. Professionele eindgebruikers: restaurant, horeca

In werkelijkheid was deze scheiding helemaal niet zo strikt. Een van onze eindklanten had niet alleen een winkel, maar bood ook catering en vervoerde zijn eigen producten. Hij had zeker drie petten op, en was daarin niet de enige. In één van onze testen vroegen we hier specifiek naar en toen bleek dat 18 respondenten samen 32 rollen vervulden.

Tijdens dit project hebben we dus besloten om de deelnemers in te delen in kopers en verkopers.

rolverdeling binnen groep

De deelnemers zijn overwegend mannelijk, de gemiddelde leeftijd ligt rond de 40, men is over het algemeen blank, hoogopgeleid en zeer gemotiveerd om goed te doen voor deze aarde. De twee belangrijkste redenen om specifiek met dit project mee te doen waren:

  1. innovatie
  2. de behoefte om meer omzet te genereren

Voorafgaand aan het project hadden we de mensen gevraagd hoe online ‘handig’ ze zichzelf vonden. Meerdere antwoorden waren mogelijk. Opvallend vinden we hier dat bij een groep die gemiddeld rond de 40 jaar zit 88% op Facebook zit en 70% graag online is met zijn of haar telefoon. De correctie die we hier moeten toepassen is dat de drie mensen die niet meededen aan deze test ook door het hele project heen online niet heel actief waren. Gecorrigeerd voor alle deelnemers (19) is dan 70% actief op Facebook en 55% online actief op de telefoon.

nulmeting mediagebruik

Net zo’n opmerking, achter alle testresultaten zelf door kan gemaakt worden over de motivatie gedurende het project. Heel algemeen kun je stellen dat diegenen met omzetwens sneller, positiever en actiever meededen in dit project dan degenen die als koper/klant in het systeem zitten. Dat is niet vreemd, maar wel een feit.

Wij zagen dit gebeuren gedurende het project en hebben daarom de laatste test opgedeeld in een test voor verkopers en een aparte test voor kopers (en verrrijkers en logistieke partners). Beide groepen kregen dezelfde startvraag.

De respons van de verkopers is duidelijk: 75% enthousiast, 25% nog wat gereserveerd.

Positieve eerste indruk verkopers
Gereserveerde eerste indruk kopers

De respons van de kopers is 75% terughoudend en 25% zelfs nog met onbegrip. Maar, veelzeggender is dat de boeren, die een veel langere test te doen hadden omdat ze ook producten moesten aanmaken, allemaal hebben meegedaan, terwijl de even grote groep verrijkers, logistieke partners en restaurants ettelijke malen herinnerd moesten worden en dat er uiteindelijk vier meededen. Die 25% is dus 1 persoon!

Samenvattend over de rest van de gebruikerstesten kunnen we stellen:

  • Alles wat er uitziet of werkt zoals een standaard webshop was voor alle partijen makkelijk en duidelijk.
  • Voor de kopers in het systeem veroorzaakte dat gemak soms twijfels of dit wel een serieuze tool was. Maar vervolgens wensten deze zelfde groep juist meer gemak, wat ze natuurlijk ook kregen (makkelijk herbestellen).
  • Alles wat te maken had met het maken van producten bleek een korte leercurve te hebben. Gedurende het project hebben we zeker de helft van die curve al kunnen verkorten en geleerd van het daadwerkelijk gedrag, de andere helft nemen we mee naar de volgende ontwikkelfase.
  • Alles wat met de communicatielaag te maken had was echt nieuw. Voor iedereen. Het positieve daar was dat de meeste mensen het toch schoorvoetend handig vonden, maar ook daar hebben we veel geleerd van de antwoorden en het daadwerkelijk gedrag om het product straks weer verder te verbeteren.
Testresultaten communicatielaag Food Value

De enquête en bijeenkomst over groepsvorming

Tussen de gebruikerstesten door hebben we de groep een test gegeven over de redenen om een groep te vormen, de morele en letterlijke grenzen van de groep en de behoefte aan een moderator. De hele groep was zeer gemotiveerd om hieraan mee te werken (18 van de 20). De antwoorden kwamen snel binnen. Dit geeft aan dat dit onderwerp leeft en belangrijk gevonden wordt. Hier waren de uitkomsten samengevat als volgt:

  • De allerbelangrijkste vraag die men had was: hoe krijgen we alle partijen en belangen zodanig bij elkaar dat de lokale keten echt gaat werken?
  • Twee logistieke systemen sprongen er uit: het systeem met een hub/overslagpunt aan de rand van de stad, waar boeren hun producten zelf naartoe brengen of een systeem waarin één van de deelnemers met een busje rondrijdt.
  • De meeste boeren waren bereid tot 20km te rijden met hun producten.
  • Alle respondenten vonden het belangrijk dat de alle deelnemers in de groep trots waren op de groep
  • De deelnemers waren verdeeld over vragen als: verplichting tot keurmerk of een scheiding food en non food.
  • De rol van de moderator/community manager werd onderkend, maar er was nog wel vaagheid en dus verdeelheid over de rol van die persoon. Dat hij/zij een trekker moet zijn en online actief kwam er het duidelijkste uit.

De deelnemers vonden vertrouwen erg belangrijk.

Testresultaten over de groepsvorming

Het onderzoeksverslag

Simonis Sustainable, in de persoon van Muriel Simonis heeft tijdens dit project een antropologisch onderzoek uitgevoerd. Zij heeft gekeken naar de wensen, het gedrag en het grotere kader rondom deze groep ondernemers en wat de Food Value tool voor hen kan betekenen. Het onderzoek is zo’n fors document geworden dat het op onze Google Drive staat..

cover van het onderzoek

4. De lancering en daarna

Food Value ziet het levenslicht

Op 15 januari 2018 was het feestelijke moment daar: Food Value werd gelanceerd. Het was hier nadrukkelijk de bedoeling om niet alleen de directe groep, maar veel breder te informeren over de resultaten van dit project. Er kwamen rond de 60 bezoekers uit het hele land en zelfs België die allemaal actief bezig waren met het versterken, promoten, ontwikkelen en uitvoeren van lokale ketens.

De samenstelling van het publiek
De samenstelling van het publiek

Gevraagd naar hun wensen, wilde de meerderheid weten hoe de tool werkte, gevolgd door de wens om meer over de visie erachter te weten te komen. De grote vraag: hoe ontwikkel je succesvol lokale ketens kwam hier weer direct na. Minder, maar toch ook belangrijk vond men het om het eigen netwerk te versterken en meer over de kostenopbouw te weten te komen.

Gedurende het eerste gedeelte van de middag kreeg men meer informatie over het pakket, de visie en de kostenopbouw.

Presentatie tijdens lancering op 15-1-2018

Demo van het pakket Food Value tijdens lancering op 15-1-2018

De brainstorm sessie

Na de presentatie kwamen de bezoekerswensen ‘netwerk’ en ‘wat maakt een lokale keten tot een succes’  aan bod. We hadden de succesvraag in vier subvragen onderverdeeld.

  1. Hoe krijg je een groep actief en gezond en wat is de rol van de moderator/communitymanager?
  2. Hoe kan de publieke sector bijdragen aan een lokale voedselketen?
  3. Hoe vind je meer kopers in de stad: horeca, winkels, traiteurs, consumenten?
  4. Hoe organiseer je de logistiek?

1. Hoe krijg je een groep actief en gezond en wat is de rol van de moderator?

 In deze groep was men het er snel over eens dat een moderator essentieel is om een groep actief te houden. Deze persoon is aanjager, opjager,  online handig,  marketeer, werft nieuwe leden, en communiceert met (lokale) overheden. Men discussieerde nog over de volgende zaken:

  • Is het handig als deze moderator ook producent is? Krijg je dan geen belangenverstrengeling? De combinatie met logistiek lag volgens de deelnemers meer voor de hand.
  • Het was in deze groep zeker een wens dat een overheid zou helpen om een groep op gang te krijgen door bijvoorbeeld een deel van het salaris van deze moderator in het eerste jaar te helpen betalen.
  • Er was discussie over de deelnemersprijs. Voor sommigen was hij aan de lage kant, voor anderen aan de hoge. Dit is gelukkig per groep anders in te stellen, dus daar kan op maat gewoon een oplossing voor komen. Voor part-time boeren, voedselbosboeren, of consumentenleden is 20 euro per maand veel, maar andere groepen hebben liever dat omdat dan de transactiekosten laag kunnen blijven.
de moderator groep
De publieke sector groep

2. Hoe kan de publieke sector bijdragen aan een lokale voedselketen?

  • Overheden zoals gemeente en provincie kunnen meedenken als er knelpunten zijn op het gebied van regelgeving en bestemmingsplannen. Een open houding van de gemeente/provincie, een contactpersoon die makkelijk aanspreekbaar is, of een helpdesk speciaal gericht op de keten landbouw tot en met voedselverkoop (van grond tot en met bord) zouden al een heel eind helpen. Deze helpdesk voor kennisvragen helpt vooral kleine partijen, want die zien door de bomen het bos vaak niet (en ze hebben geen extra personeel die dit tot zijn dagtaak kan maken). Vanuit de gemeente Arnhem zijn er voedselcoördinatoren aangewezen, dit zou wellicht één van hun functies kunnen zijn?
  • Wat betreft de knelpunten komen de volgende zaken naar boven; Er moet een gelijk speelveld zijn voor kleine initiatieven als het gaat om marktpositie, regelgeving, subsidiekansen. Kleinere initiatieven die op kleine schaal voedsel willen verwerken zouden niet verplicht moeten worden om een keuken/ruimte van 25000 euro in te richten alleen om aan voedselveiligheid te kunnen voldoen. Dát er met inachtneming voor voedselveiligheid gewerkt moet worden staat niet ter discussie, maar dit kan op meer manieren dan de wet nu voorschrijft, zou mooi zijn als er persoonlijk met een partij naar zijn/haar bedrijfsmogelijkheden gekeken kan worden vanuit een meedenkende blik.
  • Subsidies zijn leuk, maar niet duurzaam. Als er subsidies mogelijk zijn, zijn deze vaak slecht toegankelijk voor de kleinere ketenpartijen omdat er erg veel werk gaat zitten in een aanvraag, en de succeskans is ook nog eens erg laag. Hulp bij de aanvraag zou dus heel mooi zijn.
  • Initiatieven zijn veel meer gebaat bij toegang tot grond, lage pacht- of huurprijzen. Denk bijvoorbeeld aan een pand voor een hub/uitwissellocatie of grond voor productie. Gemeente Arnhem geeft aan dat er best opties zijn om tegen een vriendelijke huurprijs locaties uit te geven voor initiatieven als een hub/uitwisselingslocatie voor voedsel.
  • Inspiratiebronnen voor het vormen van voedselcoöperaties, voedselketens of hubs zijn de voedselteams in België, de voedselfamilies in Zuid Holland (contactpersoon Robert Klaassen). De Uitwisseling in Marknesse is wellicht ook een inspiratiebron.

3 Hoe vind je meer kopers in de stad: horeca, winkels, traiteurs, consumenten?

  • Een klant of afnemer moet goed passen bij  het  product en de identiteit van de producent. Het voorbeeld hierbij was een cafe/bar vol met foto’s uit de oude doos over de historie van de Betuwe, maar ondertussen  alleen grote productiemerken serveert. Dus hier klopt de authentieke uitstraling helemaal niet met wat het werkelijke gedrag is.
  • Een gezamenlijke identiteit maakt het mogelijker makkelijker om meer bereik te hebben omdat je als groep een specifieke waarde uitdraagt. De coördinator/moderator kwam ook meermaals ter sprake. Deze zou de identiteit en de bekendheid kunnen stimuleren bij de doelgroep. Deze zou ook de boer op kunnen gaan om nieuwe klanten te werven. 
  • Marketing  kan je in de groep ook gezamenlijk organiseren. Mogelijk is het een goed idee om afnemers een proefabonnement op de marktplaats te geven zodat ze de werking en productiviteit kunnen testen. Is ook een goed lekkermakertje.  Ook kun je als groep een gezamenlijke en terugkerende ‘boerenmarkt’ organiseren voor bekendheid en om je klanten te leren kennen.
  • Instellingen (semi- en publieke) zouden er werk van kunnen maken lokaal voedsel te gebruiken in hun kantines. Het wordt ook steeds meer verwacht dat deze publieke-instanties een duurzaam voedselaanbod hebben. Dit is een stabiele markt, maar het zijn wel vaak veeleisende (gemaks)klanten. Probleem is dat veel keukens liever een zakje kant en klaar eten openknippen en opwarmen. Hoe kan je dit vermijden? Door met verrijkers samen te werken.
  • Het voordeel van werken in een groep is dat je elkaars netwerk kan gebruiken en verbanden kan leggen. Dit versterkt elkaar en zal de onderlinge banden ook goed doen.
De hoe vind je kopers groep
De logistiek groep

4. Hoe organiseer je de logistiek?

Dit was de grootste groep en hier werden vooral vragen gesteld. Dit is vast eigen aan het onderwerp. Het lijkt zo eenvoudig: inpakken, opsturen, wegrijden en klaar, maar goede logistiek kan het verschil maken tussen winst en verlies.  Dit leidde tot een combinatie van vragen en aanbevelingen:

  • De rol van de logistiek
    1. Maak onderscheid tussen de logistiek van boer naar hub en van hub naar afnemer/consument.
  • De uitwerking van de logistiek
    1. Is er een combinatie mogelijk met bijvoorbeeld postpakketten?
    2. In een logistiek systeem: biedt een winkel jouw producten aan, of moet je als aanbieder zelf actief op zoek naar afnemers?
    3. Wat kunnen we afkijken van een supermarktketen?
    4. Wat zijn de mogelijkheden van bijvoorbeeld elektrisch vervoer en lokale zonnepanelen?
    5. Hoe duurzaam moet de logistiek zijn?
    6. Zijn consumenten, winkels en bijvoorbeeld restaurants één groep of zie je dit als meerdere groepen?
    7. Als er sprake is van meerdere hubs: heb je overal hetzelfde model of heeft iedere hub zijn eigen model?
    8. Welke producten (levensmiddelen, bloemen) mogen meedoen? En welke (type) klanten zoek je? Waar zoek je deze? Hoeveel aanbieders/klanten wil je mee laten doen?
  • De kosten c.q. de verdeling van de kosten
    1. Hoe worden de kosten berekend? (zorg voor een goede verhouding tussen vaste en variabele kosten)
    2. Hoe worden de kosten verdeeld? Wie betaalt voor de logistiek? Reken je met bezorgkosten of zijn de logistieke kosten onderdeel van de prijs van het product?
    3. Zijn de logistieke kosten een evenredig deel van de omzet?
  • De schaal waarop je werkt
    1. Is er, behalve een minimum schaal, ook een maximale logistieke schaal? Waar baseer je deze op?
    2. Hoe groot moet de groep zijn voor rendabele logistiek?

De overige aanbevelingen van deze groep:

  • Maak goede prijsafspraken over het transport
  • Organiseer ophalen en leveren apart: laat dit samenkomen in een hub
  • Houdt klanten dicht bij elkaar, geografisch. Dat is efficiënter
  • Betrek producenten en afnemers actief, laat ze deel zijn van de groep

Het project is voorbij. Hoe verder?

Het was een mooi project, we hebben veel geleerd, de bureaula staat al open en op naar het volgende leuke project. Dit is een zeer gebruikelijke projectafloop die alles te maken heeft met de olifant die gedurende ook dit hele project al in de kamer klaarstond: echt inkomen voor echte mensen.

Gelukkig dat echt inkomen genereren ook het doel was van dit project. De belangstelling voor Food Value is groot. Groepen uit het hele land willen graag met The Plant optrekken richting een constructie en rechtsvorm die sociaal is èn levensvatbaar voor alle ondernemers die erin meedoen.  Het is nadrukkelijk de bedoeling dat iedere groep die meedoet met Food Value weet dat hun data hun eigendom blijft en dat deelnemers zeggenschap krijgen over de doorontwikkeling van het pakket. Zodat je datzelfde gevoel hebt als wanneer je je eigen mannetje of bedrijf aan het werk hebt. Maar het is ook de bedoeling dat de software Food Value zich doorontwikkelt tot een wereldspeler. Want als je die ambitie niet hebt, dan blijf je dat leuke projectje.  De organisatie Food Value moet zich dus doorontwikkelen tot een internationaal kenniscentrum op het gebied van lokale en regionale voedselketens.

Ik heb het pakket begin februari 2018 kunnen presenteren op een Europees congres over  innovatie in de lokale voedselketen en organiseer op 19 april een ronde tafel sessie op de Startup Delta Summit. Ik kom graag bij jouw groep op bezoek om een presentatie te geven van de mogelijkheden van Food Value voor jouw voedselgroep/initiatief.

Kortom, dit project wordt dus enorm vervolgd. Laat het gerust weten als je op de hoogte gehouden wil worden of meer informatie wil.

Marieke Karssen